LENTEOGEN

In het licht van zijn lenteogen,
voltrok zich elk moment een wonder,
zo geheimvol was de wereld
in zijn schaduwrijk gezicht.
Alles leefde, alles trilde
van een zo groot verlangen,
dat hij bang was te bezwijken
onder zoveel levensdrift.
Hij ging op zoek onder de mensen
naar een vriend die hem verstond,
maar als hij sprak over de wind,
de vogels en de bomen,
zag men in hem een kind,
dat niet volwassen werd,
alleen nog maar kon dromen.
Hij voelde zich vervreemd
van alles wat hij zag.
Op een dag nam hij afscheid
van de mensen, keerde
hen zijn ogen toe.
Zijn woorden zwegen.
In stilte sloot hij vriendschap
met de bomen, de vogels en de wind.
Af en toe verschijnt hij
in de dromen van een kind.

Beluister gedicht:

ONBEGONNEN TIJD

Op de rand van mijn slaap
treuzelt een gedachte.
Geduldig blijf ik wachten
tot zij komen zal of gaan.
Buiten blijft de tijd bedremmeld staan.
De aarde knipoogt naar de zon.
De maan verbleekt, de nacht wordt duister.
Ik wil niet slapen nog en luister
naar het zingen van de slang en van de draak.
Het is nog onbegonnen tijd als ik ontwaak
op de rand van een gedachte.

Beluister gedicht: